Goed nieuws voor de biodiversiteit.

Het programma ‘Nadere Uitwerking Rivierengebied’ (NURG) van Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer is na 25 jaar afgerond. De natuurontwikkeling in het rivierengebied heeft geleid tot herstel van de soortenrijkdom. Sind 1995 is er bijna 6.700 ha nieuwe natuur langs de Rijntakken en de Bedijkte Maas bij gekomen. 

In bijna heel Nederland neemt de biodiversiteit nog steeds af. Het rivierengebied is echter een uitzondering. In grote delen van het gebied is er namelijk sprake van vooruitgang. De rivieren zijn meer gaan leven, verdwenen soorten planten en dieren zijn teruggekeerd en nieuwe soorten hebben zich gevestigd.

In het rivierengebied vinden we nu weer graslanden waar duizenden pollen brede ereprijs groeien en weidesprinkhanen leven. De rivier is weer een plek waar de libel rivierrombout leeft en waar het bijzondere verschijnsel zomersneeuw (grote aantallen eendagsvliegen) te zien is. Er zijn ooibossen en rivierduinen met bijzondere planten- en diersoorten, en slikvlaktes met vele soorten grassen en kruiden.

Toename biodiversiteit

NURG is een programma van de ministeries van Infrastructuur & Waterstaat (I&W) en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) dat door Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer is uitgevoerd. Door de natuurontwikkelingsprojecten en de bijgaande uitbreiding van het natuurareaal, ontstond een grote verscheidenheid aan natuur en kwaliteitsverbetering van de gebieden. Met een grote toename van de biodiversiteit langs de rivieren tot gevolg. Daardoor kunnen soorten die grote gebieden nodig hebben om te leven, zoals de lepelaar, de zeearend en de bever, een plek vinden. Zij vormen nu levensvatbare populaties.

Schonere rivieren

Door de grootte van de betreffende natuurgebieden kregen natuurlijke processen in de uiterwaarden meer ruimte zoals natuurlijke begrazing door runderen en paarden, overstroming, erosie en sedimentatie. De begrazing leidt tot een verdere vergroting van de biodiversiteit in de uiterwaarden, door een toevoeging van nieuwe milieus: stierenkuilen, schone mest, een mozaïek aan spontane vegetaties van kort gras tot bos en alles wat er tussen zit zoals ruigten en struiken. Ook is er een groot oppervlak kaal terrein bijgekomen, van droogvallende slikplaten tot kale rivierduinen, waar pioniersoorten van profiteren.

Het water in de rivieren is ondertussen ook schoner geworden. Ook in langzaam stromende nevengeulen en in kwelmoerassen bevindt zich schoon water. Dat heeft over de hele breedte geleid tot herstel en vergroting van biodiversiteit.

Inspiratie voor natuurontwikkeling

De langdurige samenwerking tussen alle betrokken partijen (naast de ministeries en de uitvoerders waren ook lagere overheden en delfstoffenleveranciers betrokken) zorgt ervoor dat het meerjarenprogramma een bron van inspiratie is voor andere natuurontwikkelingsprojecten, zowel in het rivierengebied als daarbuiten.

Staatsbosbeheer stelde een mooi boekje samen met de successen van het meerjarenprogramma in het rivierengebied.

Bron: https://www.maritiemnederland.com/

Terug naar overzicht