Energietransitie schreeuwt op regie!

Gerald Schut | vrijdag 5 februari 2021
EnergieMilieu & Duurzaamheid

Volgens Gert Jan Kramer is de energietransitie ‘de grootste intellectuele uitdaging van onze tijd’. Het gapende gat tussen ‘business as usual’ en wat nodig is om opwarming van de aarde te beperken  2 of 1,5 graden is duizelingwekkend. Maar de hoogleraar Duurzame energiesystemen (UU) is hoopvol. Met voldoende technische innovatie is het gat te dichten. Dat klinkt makkelijk, maar is het niet.

Na 25 jaar bij Shell aan energietechnologie en energiescenario’s te hebben gewerkt onderzoekt de minzame, eloquente natuurkundige wat nodig is om de energietransitie te laten slagen. Kramer bespreekt misverstanden over kernenergie en biomassa. Waarom begrijpen intelligente mensen elkaar soms niet? En hij waarschuwt in de aanloop naar verkiezingen dat de energietransitie dreigt vast te lopen op een gebrek aan regie als de politiek haar verantwoordelijkheid niet neemt.

Wat is het belangrijkste misverstand rond de energietransitie?

‘Als ik misverstand ‘letterlijk opvat als “elkaar niet begrijpen”, denk ik direct aan de vraag of technologie ons kan redden. Iedereen is het er wel over eens dat we een probleem hebben met energie en klimaat. Maar kunnen we dat probleem oplossen met uitvindingen of gaat het om gedragsverandering? Daar scheiden de geesten en begrijpen mensen elkaar vaak niet. Dat is terug te voeren op gevoelsvoorkeuren die weinig met intellect te maken hebben. De econoom Schumpeter noemde dat pre-analytic visions. Dat is jammer, want de werkelijkheid is ambigu en er is geen simpel antwoord. We hebben zowel technologie als gedragsverandering nodig.’

Dat is een elegant antwoord. Maar welke breed gedragen ideeën zijn gewoon onjuist?

‘Biomassa is een onderwerp waar geloofsovertuigingen het denken in weg zitten. Maar het misverstand is wel veranderd. Tien à twintig jaar geleden werden de mogelijkheden van biomassa overschat, en nu wijzen opeens veel mensen het opeens categorisch af. De meningsverschillen gaan niet over de invulling van de koolstofkringlooop. Dat is harde wetenschap. Maar de onenigheid gaat over de vraag hoe je specifieke gevallen op de juiste manier met elkaar vergelijkt. Dat is geen pure bèta wetenschap. Je moet je afvragen wat er met de productiebossen waar biomassa zou gebeuren als je die niet opstookt: het zogenoemde counter-narrative. Dat is complexe materie. Daarom hebben we duurzaamheidscriteria voor het gebruik van biomassa. En omdat die criteria de complexe werkelijkheid nooit perfect afdekken is het een continue zoeken naar criteria die duurzaam gebruik mogelijk maken en misbruik voorkomen. Mijn collega’s zien dat de duurzaamheid van biomassa voortdurende waakzaamheid vraagt. Maar veel door tegenstanders aangevoerd bewijs van misstanden is anekdotisch. Grootschalige misstanden stroken eenvoudigweg niet met de statistiek. Verstandig gebruik van biomassa is een belangrijk deel van de oplossing van het energievraagstuk. Tegenstanders van bio-energie, keuren vaak gebruik voor materialen wel goed. Maar als je uitzoomt, zie je een enorme koolstofstroom door de economie. Mijn insteek is: fossiel en biomassa zijn samen één grote koolstofbron. Dat moet je gewoon op één grote hoop gooien. Waarom? Omdat het ons te doen is om de CO2 emissies van al die koolstof te minimaliseren. En daarbij maakt het niet wat de oorsprong van die CO2 was. De kernvraag is dus hoe je die op de meest efficiënte manier omzet in grondstoffen en energie. We moeten er in de komende decennia in slagen de koolstofkringloop te sluiten. Maar in alle eerlijkheid ben ik nogal agnostisch over de vraag of het nou beter is dat biomassa in een ketel te verstokt of als materiaal te verwerken. Mijn leidende principe is: kijk naar de efficiency. Je kunt wel heel veel moeite gaan doen om uit een biomateriaal een moeilijk recyclebaar plastic te maken, terwijl je plastic ook heel efficiënt uit olie kan maken en die biomassa in een oven kunt gooien. In deze discussie spelen pre-analytische beelden over de plek van mens in de natuur een belangrijke rol.’

Wat is de rol van kernenergie in de strijd tegen klimaatverandering?

‘Je hoort regelmatig het misverstand dat kernenergie onvermijdelijk zou zijn, omdat we te weinig hernieuwbare energie kunnen opwekken. Maar anno 2021 zijn zon en wind betaalbaar en schaalbaar. Dat was twintig jaar geleden totaal anders. De wereld gebruikt 600 EJ aan energie en dat zal doorgroeien. Kernenergie heeft helaas een probleem met opschalen. Het levert al heel lang ongeveer 5% van het wereldwijde energieverbruik en dat lijkt niet veel te veranderen. In het westen wordt een oude vloot aan kerncentrales uitgefaseerd en in het verre Oosten wordt er evenveel bijgebouwd. Als je echt wilt opschalen, zeg met een factor 10, dan heb je nieuwe nucleaire technologie nodig. Met de huidige generatie reactoren zit je vast aan de bestaande uraniumcyclus en dan wordt de winning een beperkende factor. Om sneller te gaan heb je nieuwe technieken nodig, waar in de jaren 60, 70 en 80 wel aan gepeuterd is, maar die toen weer verlaten zijn. Kernenergie blijft een gevaarlijke business, waar je heel veel geld kwijt bent aan het voorkomen van contaminatie. Terwijl de funding voor zonne-energie decennia lang vrijwel heeft stilgelegen is de financiering voor nucleair onderzoek altijd doorgegaan. Maar er is gewoon niet zoveel uitgekomen. De technische beloftes zijn nog steeds ongeveer hetzelfde als in de jaren 70, terwijl er wel al die tijd heel veel geld in gestopt is. Dus je kunt stellen dat de ‘bang for the buck’ bij wind en zon veel groter is geweest dan bij kernenergie. En dat zal ten principale altijd zo blijven. Kernenergie blijft altijd duur. Niet omdat het niet goedkoop zou kunnen, maar in zekere zin omdat we het niet goedkoop willen hebben. Als je puur technisch kijkt gaan we op een irrationele manier met de veiligheid om. Het moet extreem veilig zijn omdat we er heel erg bang voor zijn. Ik denk dat voorstanders van kernenergie terecht stellen, dat kernenergie verschillende ordes van grootte veiliger is dan kolenstroom. Dus een rationeel mens zou zeggen: “Laten we de veiligheidseisen van kerncentrales niet steeds verder opschroeven, dan kan het goedkoper.” Maar ik zie dat niet gebeuren.

Ook niet als mensen het afwegen tegen de dreiging van klimaatverandering?

Heel veel dingen in de energie komen elk decennium weer een keer terug. Je moet niet vergeten dat twintig jaar geleden veel mensen spraken over van een nucleaire renaissance. Er zouden Generatie 4 reactoren komen, die eigenlijk nu al gebouwd hadden moeten zijn. Daar is weinig van terecht gekomen. De nucleaire sector denkt daarom ook dat een renaissance van Generatie 3 zou moeten komen en dat je dan misschien over 20 tot 30 jaar met Generatie 4 kunt beginnen. Er is dus wel groei mogelijk, maar verwacht daar geen wonderen van. Het gaat allemaal heel traag. Kernenergie is technisch gezien ook gewoon heel veel moeilijker dan wind- en zonne-energie. Het was moeilijk om dat van de grond te krijgen. We zijn er laat aan begonnen en er is minder geld heen gegaan, maar nu je het een keer hebt is het makkelijk om verder op te schalen.’

Vier jaar geleden betreurde je dat in geen enkel verkiezingsprogramma plannen stonden om de elektriciteitsmarkt te reguleren. Hoe is dat nu?

‘Ik ben weer zo’n overzicht aan het maken. Het is echt maar zeer de vraag of een meerderheidsaandeel zon en win in de Noord-Europese elektriciteitsopwekking te combineren is met de huidige marktinrichting en organisatie van infrastructuur. Als je de sommen maakt is er geen twijfel dat het zou moeten kunnen werken, maar alle dingen moeten wel precies bij elkaar komen: én meer investeringen in transportcapaciteit, én supply-demand-management, én energie-opslag. Al die dingen hebben verschillende lead times en hebben verschillende marktsignalen nodig. Dat is echt een grote puzzel. Ik ben bezorgd of dat wel goed gaat. Het is van groot belang dat de bouw van windparken en zonnepanelen ongehinderd door kan gaan. Want dat is het deel van de energietransitie dat we goed in de vingers hebben. Het meest kritische aspect van de energietransitie is, denk ik, dat de stroom die je daarmee opwekt ook zijn weg kan blijven vinden naar een betalende klant die er op dat moment iets mee kan.’

Wat is er nu wél anders dan vier jaar geleden?

Destijds waren de programma’s van VVD en CDA veel abstracter over wat de energietransitie was en wat ze wilden. Alles was ‘innovatie’. Er werd vrijwel geen enkele concrete techniek genoemd, dat was voorbehouden aan de partijen ter linkerzijde. Maar nu barst het van links tot rechts van de technische keuzes. Er is eindelijk consensus dat de energietransitie voortvarend moet worden aangepakt. Maar nu is in veel programma’s ruimte voor allerlei technische vertogen die niet ten diepste politiek zijn. Het gaat heel veel over technische dingetjes, terwijl alle partijen in het veld roepen om regie van de overheid. De vraag is dan welke regie? Dát is wél een politieke vraag. Mijn angst – en die van veel mensen met wie ik praat – is dat die regie uitblijft. De overheid zou er nu echt een dagtaak van moeten maken om zelf na te denken over wat daar nodig is. Daarbij is het lastig dat bij de overheid inhoudelijke kennis vervangen is door een haast exclusieve focus op procesbegeleiding. Oppervlakkig zou je denken dat dat ideaal is om de regie te nemen, maar diepe inhoudelijke kennis is denk ik onontbeerlijk voor de regisseur van de transitie. Er zijn dingen die je niet kan uitbesteden. Dat vindt de politiek ook heel moeilijk. Sommige partijen willen zelfs een burgerforum over klimaat met 150 burgers. Ik denk dan: we hebben al 150 burgers die het volk vertegenwoordigen en die zitten in de Tweede Kamer. Er is heerst een enorme angst om zelf de regie te nemen.

Je berekende in Joule dat ‘solar fuels’ (synthetische koolwaterstoffen gebaseerd op duurzame energie) in 2050 $ 200 per vat kunnen kosten. Wanneer zou je synthetische koolwaterstoffen verkiezen boven waterstof?

‘Waterstof, het simpelste der moleculen, heeft absoluut een rol in de energietransitie. In 2050 kan elektriciteit in de helft van het eindgebruik van de energie voorzien. Meer wordt echt lastig. Voor alles wat je niet kunt elektrificeren is waterstof de eerste optie die je moet bekijken. Alleen als waterstof niet kan, komen solar fuels aan bod. Maar ik denk dat synthetische koolwaterstoffen pas in de tweede helft van de eeuw echt een rol gaan spelen. Tot 2050 zal het eerder waterstof zijn.’

Als we straks op een dure manier CO2 uit de lucht moeten halen om solar fuels van te maken, is het dan niet slimmer om nu goedkoop CO2 uit schoorstenen af te vangen en op te slaan om straks te gebruiken? Is dit een argument voor CCS?

‘Het is de vraag of je dat zo in de tijd kunt uitruilen. Hier zit een misverstand over koolstofopslag (CCS) tegenover koolstofgebruik (CCU) onder. We zullen pas na 2050 CO2 als grondstof nodig hebben. Tot die tijd is de kreet dat CO2  een ‘waardevolle grondstof’ is pure retoriek. Het is voorlopig gewoon een afvalproduct, dat je beter onder de grond kunt stoppen middels CCS, dan er de atmosfeer nog verder mee te belasten. Tegen de tijd dat we CO2 nodig gaan hebben als grondstof moet alle gebruik circulair zijn.’

Twee jaar geleden is Jan Huynen op 86-jarige leeftijd bij jou gepromoveerd op zijn plan om de mijnen in Limburg te gebruiken als kunstmatig stuwmeer voor energieopslag. Is dat idee nog relevant nu andere vormen van opslag steeds goedkoper worden?

‘De blauwe batterij. Ik hoop dat het lukt om dat te realiseren. Dit soort grote projecten vergt een enorme Ausdauer. Alles moet bij elkaar komen. Dit is een perfect voorbeeld van het belang van meer regie. Er is geen twijfel bij mij dit project een waardevol element zou zijn van de elektrische infrastructuur van Nederland. Daar krijg je nooit spijt van. Dat zal je 50 tot 100 jaar nuttig gebruiken. De helft van de winst van dit project is voor de hele economie. Dit is dus ten principale geen puur privaat project. Technisch en qua systeem-inpassing blijft dit een heel relevant idee.’

Je hebt een groot deel van je leven in bij Shell gewerkt. De grote oliemaatschappijen hebben het moeilijk. Hoe zie jij de toekomst van de olie-industrie?

‘Je hebt twee soorten oliebedrijven. De Shells en Esso’s aan de ene kant – de internationale oliemaatschappijen – en de nationale oliemaatschappijen zoals Saudi Aramco en Petrobras aan de andere kant. In de tijd van de Seven Sisters was alles internationaal. Maar de nationale maatschappijen die de grote olie- en gasreserves hebben, beschikken al land zelf de technologie om die te exploreren en produceren. En daarmee zijn de internationale oliebedrijven steeds meer in de richting van moeilijk toegankelijke olie en gas geduwd. Als de markt inzakt komen zij als eerste onder druk te staan. Dus die zitten nu in een heel moeilijke positie. Het is een misverstand om Shell, BP en Esso gelijk te stellen aan de hele olie-industrie. De nationale maatschappijen zitten op de stabielere voorraden met lagere winningskosten.’

Hoe was het als duurzame energie-man bij Shell?

Het was een heel fijne intellectuele omgeving, waarin al sinds de jaren 70 wordt nagedacht over de vraag wanneer olie over de top gaat en welke rol Shell dan nog kan spelen. Dat was altijd interessant. Ik had in zekere zin het geluk dat ik zat aan de kant van de studies en mocht nadenken over technische veranderingen en niet aan de zakelijke kant. Want daar was alles veel wispelturiger. De zoektocht in duurzame energie is voor Shell best lastig geweest. Shell heeft lang naar zonne-energie gekeken en zat er vroeg in met fabrieken in Helmond en Gelsenkirchen. Maar toen dat ging groeien ontstond het besef dat dit vooral fabricage van elektronica is, terwijl Shell eigenlijk vooral een projectenorganisatie is. Die kan geen fabrieken runnen waar apparaten worden gemaakt. Dus die techniek paste niet bij de cultuur en competenties van Shell. Shell is er niet mee gestopt, omdat iemand dacht dat zonne-energie een slecht idee was, maar omdat de techniek niet bij het bedrijf paste. Nu stapt Shell weer in zon, maar nu als projectontwikkelaar en energiehandelaar.

Bron: https://www.technischweekblad.nl/

Terug naar overzicht